1.     Aalsterse brouwerijen

 

Ondanks de inspanningen van wijlen Jos Depryck in zijn boek “Geschiedenis van de Aalsterse brouwerijen” aangaande het Aalsters brouwerijpatrimonium, blijven er hier en daar hiaten en onvolkomenheden die wij zo goed mogelijk zullen aanvullen naargelang ons onderzoek vordert. Zo hebben we al 2 brouwerijen waar we iets meer over kunnen zeggen.

 

1.1.     Brouwerij “Den Beir

 

Deze brouwerij, gelegen aan de Vismarkt, was voor zover we kunnen teruggaan, eigendom van de familie De Hert (1641). Zij verkochten de brouwerij in 1706 aan Romanus Luycx.

 

 

 

Twee stukjes uit de verkoopakte tussen de familie De Hert en Romanus Luycx

 

De familie Luycx houdt de brouwerij 3 generaties in haar bezit. De laatste brouwer was Joannes Baptiste Josephus Luycx (°Aalst 1757 +Aalst 1836). Deze Joannes Baptiste Josephus Luycx was naast brouwer ook gemeenteraadslid, maar ook een gedreven kunstliefhebber en schrijver. Zijn best gekend werk is het wedervaren van Pierlala.

 

 

 

Vermelding van zijn werk “Den weergekomen Pierlala”, met een pentekening van “De Motte” op de Ledebaan, zijn buitenverblijf

Bron: De Volksstem 10 mei 1928 https://aalst.courant.nu

 

Na de familie Luycx kwam brouwer Rochus De Sadeleer. Deze was gehuwd met Catherine Liénard. Deze familie Liénard wordt als volgende brouwer vermeld. Uiteindelijk kwam de brouwerij in handen van de familie Burny die deze als een spin-off zag voor hun vele latere brouwerijen, hoofdzakelijk op Chipka gevestigd.

 

1.2.     Brouwerij “De Gouden Leeuw”

 

Deze brouwerij was eigendom van de familie Van Assche. Wanneer ze juist ontstaan is, is onbekend, omdat we niet weten wie van de familie deze brouwerij startte. De familie had namelijk meerdere brouwerijen in haar bezit. Het was echter een Felix Van Assche die er brouwer was, maar er zijn twee leden van de familie die deze voornaam dragen nl. Mathias Felix Van Assche (°Aalst 1818 +Aalst 1878)en zijn neefje Amatus Felix Valrie Van Assche (°Aalst 1839 +Aalst 1900).

De eerste was brouwer maar wordt gesignaleerd in de Molenstraat 48 (1867). Dit is het huis naast de woning en olieslagerij van Martinus Franciscus Gheeraerdts, en dus de latere woning en studie van notaris De Vis. Het huis van Gheeraerdts zal later het politiecommissariaat worden.

 

 

 

Intekening van de eigendommen van Felix Van Assche en Martinus Franciscus Gheeraerdts op de kadasterkaart van P.C. Popp (rond 1860)

 

Door dit feit opteren we voor zijn neefje Amatus Felix Valrie Van Assche als de brouwer in de brouwerij “De Gouden Leeuw”, maar ook omdat het deze Felix was die het complex aan de Bredestraat verkocht aan de constructie rond Eugène De Hemptinne in 1895 en daarna nog depothouder bleef van bieren en jenever van de dan verfranste brouwerij “Le Lion d’Or”. De brouwerij “De Gouden Leeuw” behoorde tot dit complex, dat we eigenlijk als een voorloper van een bedrijvenzone kunnen zien. In zijn topperiode werd er gebrouwen, gestookt, gist geproduceerd, was het een mouterij en deed ook in veevoeder.

 

 

 

Situatie van het complex rond 1860. Charles Van Assche bezit de stokerij, Felix de brouwerij. Het Verbrand Hof is dan eigendom van de Joannes Van Assche, broer van Charles.

 

 

Laatste bijwerking: 03-10-2025